Alles op z'n tijd

Een beetje geknald heb ik wel: het nieuwe jaar heb ik ingeluid met mijn favoriete Cava. Feestelijk toasten hoort er bij. Net zo goed als de gezellige diners met Kerstmis. Vergezeld van heerlijke en bijzondere wijnen werd gang na gang verorberd. Ik bevind mij in goed gezelschap, mijn beide families en mijn vrienden zijn makkelijke eters en dankbare gasten om voor te koken. Daar ben ik gek op: op koken. Toch uit ik eerder mijn bewondering voor de vrouwen en mannen die met een bescheiden budget het klaar spelen om hun gezin elke dag een gezonde en lekkere maaltijd voor te zetten dan voor de topkoks.

 

Vroeger kookten die grote chefs met ingrediënten, waar je als normale sterveling onmogelijk aan kon komen. Kikkerbilletjes gaat dan nog wel, maar wat te denken van zwaluwtongetjes, Aquitainekaviaar en Wagyu Kobe Style Beef (uiteraard de Gold Quality). Dat alles vanzelfsprekend gebakken, gepocheerd of geblancheerd in Picudo olijfolie of speenbig-kinnebakspek en afgeblust met een Aceto Balsamico van ten minste 12 jaar oud. Tenslotte, de kenners voelen hem al aankomen: vergezeld door Pousseblette rouge blaadjes.

Ik kom niet verder dan dubbelgedopte tuinboontje. Vers van de tuin, dat wel natuurlijk.

 

Als je de afgelopen jaren een sterrenrestaurant bezocht vielen twee dingen op: de prijzen waren niet meer zo exorbitant hoog als voor de kredietcrisis en de Maître de Cuisine had zijn oog laten vallen op rundersucade. Ach, hoe heerlijk gewoontjes.

 

Ja, dat zou je denken, maar zo gewoontjes is het niet. Tot mijn grote geluk woon ik in een streek waar ik mijn trek kan stillen in restaurants van diverse signatuur. De komst van een vakbekwame en gedreven horeca-dame of -heer aan mijn tafel die uitlegt waar de wijn vandaan komt, welke saus ik op het punt sta te proeven en hoe de dis is bereid, is voor mij een ongekende vreugde. Nu zijn alle restaurants gesloten en niet elk diner leent zich om te worden gebracht of afgehaald. Juist het feestje dat een restaurantbezoek voor mij is, is lastig te brengen of af te halen.

 

Feestjes maak je zelf en daarom sta ik ook aan het begin van dit jaar in de keuken. Met liefde bereid ik de ingrediënten die bij de verschillende gangen horen van de uitgestelde kerstdiners. Voor steeds een tweetal enthousiaste gasten. Zo leuk om hen iedere keer weer iets heel anders voor te zetten dan de vorige keer. Zo heerlijk om wijn uit te zoeken die een goede match is bij de schotel. Zo interessant om te weten waar de kazen van de kaasschotel vandaan komen en hoe ze gemaakt worden. De menukaart is dan nog een verhaal apart: via woordspelingen moeten de gasten raden wat ze in de volgende menugang zullen aantreffen op hun bord.

 

Vrienden en kennissen vragen elk jaar: ‘Wat zijn jouw goede voornemens?’ Kijk, de geijkte heb ik natuurlijk vooraan op mijn lijstje staan: hardlopen weer oppakken, niet zo laat naar bed, niet elke dag een glaasje wijn, door de weeks waterbubbels met een schijfje citroen, gezond eten (en dat is echt niet alleen maar sla zonder dressing). Maar zodra ik bij het derde voornemen kom, is de aandacht al verslapt. Ja, iederéén heeft deze voornemens. Heb jij geen bijzondere?

 

Dus denk ik na: heb ik een voornemen, dat niemand heeft? Een bijzonder voornemen? Huis opknappen? Bubbelbad in de tuin laten aanleggen? Hoort dat eigenlijk wel bij voornemens? Dan moet je toch je uiterste best doen om iets wat heel slecht is voor je, eindelijk op te geven?

Och, wat zijn er veel slechte dingen. En wat zijn ze lekker!

 

Had ik vorig jaar een goed voornemen? Geen idee. Zal best wel. Maar één ding weet ik zeker: ik had mij niet voorgenomen om Coronkels te gaan schrijven. Niet om een site te starten, niet om dagen achtereen Corona-protocollen te schrijven, niet om op afstand muziek te maken, niet om als de helft van een duo de buurt in te gaan met toepasselijke liedjes. Ik had mij misschien voorgenomen om meer te genieten van mijn zonnige vakanties in Spanje, om beter Spaans te leren. Dat is niet gelukt.

 

Sommige voornemens kun je je niet voornemen. Hoewel ik van nature niet flexibel ben, moet ook ik meebuigen in de tijd, leuk of niet, gewenst of niet. Achterom kijkend zie ik een moeilijk jaar, maar ook een mooi jaar. Vooruitkijkend zie ik mijn aanrecht waar de diverse ingrediënten wachten om aaneengeregen het uitgestelde kerstdiner te gaan vormen. Amuse, koud voorgerecht, soepje, twee warme tussengerechten, een spoom, hoofdgerecht en een dessert. Wie weet, zelfs nog een kaasschotel. Ik heb er zin in.

 

Natuurlijk ga ik sporten, minder eten, minder drinken. Maar eerst dit etentje. Daarna nog eentje aan het eind van januari. En wie weet: misschien nog wel één half februari. Begin april is het alweer Pasen. Ach, geen haast met die voornemens: alles op z’n tijd.

Nóg een Coronkel lezen? Klik dan op deze link: Verhalen

Alles op z'n tijd werd als column gepubliceerd in het Gouds Dagblad op 10-01-2021