B(l)oeiende bollen

De zon schijnt uitbundig. Mijn wandelschoenen staan al te trappelen: ‘Hup, naar buiten!’, lijken ze te roepen. Oh, wat een lekker weer, genieten op de vierkante meter. Nou, wel meer dan één, want ik ben van plan om een paar uur onderweg te zijn. Dat is lastig in deze tijd, want je kunt nergens naar de wc of even uitrusten.

 

Nog niet halverwege mijn route zie ik een oudere heer die, warm ingepakt, op een krukje aan het werk is in zijn tuin. Er staan verschillende bakjes om hem heen. In twee daarvan zitten lange groene sprietjes. Voor hem, in het derde bakje, liggen wat pollen. Voorzichtig haalt hij die uit elkaar en legt de sprietjes naast elkaar in het volgende bakje. ‘Goedemiddag’, groet ik hem. Hij groet vriendelijk terug. ‘Gaat u uw gazon sprietje voor sprietje in poten?’, vraag ik hem. Hij schiet in de lach. ‘Hi, hi, nee hoor’, zegt hij, ‘dit is geen gras. Dit zijn sneeuwklokjes’.

 

Mijn interesse is gewekt, want sneeuwklokjes zijn een bolgewas en aan de onderkant van de sprietjes is geen bol te bekennen. Als ik hem daarop wijs zegt hij: ‘Ja, dat is het hem nou juist. Ze hebben te lang op dezelfde plek gestaan en te dicht op elkaar. Dan maken ze geen bollen en dan bloeien ze ook niet meer. Dit jaar had ik alleen maar blad, in plaats van sneeuwklokjes’. Hij vertelt dat hij op internet heeft gezocht waarom zijn bollen ineens niet meer bloeiden. En wat denk je? Te lang op dezelfde plaats en te dicht op elkaar gegroeid.

 

De remedie ligt voor de hand. De pollen moeten er uit, de sprietjes moeten voorzichtig één voor één uit elkaar worden gehaald en vervolgens weer, op enige afstand van elkaar, worden gepoot. Een monnikenwerk. ‘Dat is geen hobby meer’, lach ik, ‘dat is een banenplan’. We grinniken alle twee. Ons goede humeur is stevig op weg geholpen door de warmte van de zon en onze gedeelde interesse in een mooie tuin.

 

‘U bent nog wel even bezig’, vervolg ik. ‘Als ik even snel tel dan gaat het al gauw om honderden bolletjes’. ‘Ach, het is prachtig weer, ik zit lekker buiten en het is geen aangenomen werk. Straks een bakkie en morgen weer verder. Heb ik wat te doen, want anders verveel je je snel, hè? In deze tijd.’ ‘Ja, verveling ligt ondertussen wel op de loer, je moet bezig blijven en inderdaad, wat u zegt, het is genieten uit de wind en in de zon.’

 

Een paar minuten kijk ik zonder iets te zeggen naar zijn bezige vingers. Geconcentreerd werkt hij pol voor pol af, de bakjes raken voller en voller. De stilte is niet ongemakkelijk, integendeel. Ik herken dat. Heerlijk aan het werk in je tuin en dan een belangstellende bezoeker is leuk, maar het praatje moet niet te lang duren, zelfs niet in deze tijd. Tuinwerk is net als hardlopen, het brengt ruimte in je bovenkamer en je longen ademen schone, frisse voorjaarslucht. Maar vooral maakt de onrust die je voelde vóórdat je je laarzen aantrok en de tuin in ging langzaam maar zeker plaats voor rust.

 

Het is een vorm van rust die ik deze week nodig heb. Vandaar mijn wandeling. Daarin was eigenlijk geen ruimte gepland voor een praatje, maar het raadsel van de boeiende bolletjes drong zich op en zorgde voor dit gesprek aan het tuinhek.

 

Na een poosje kijkt hij op. ‘Heeft u genoeg ruimte om al die bollen terug te planten?’, vraag ik hem. Daar lijkt hij nog niet over nagedacht te hebben. In zijn tuin, die prachtig onderhouden is en waar rekening is gehouden met kleur in elk seizoen, zijn niet veel kale stukken te vinden. Behalve dan waar de sneeuwklokjes zijn gerooid. Daar kunnen ze nooit allemaal weer terug gezet worden, want dan staan te wéér te dicht op elkaar. ‘Ik zie wel’, zegt hij, ‘het zal wel goed komen.’

 

‘Het komt altijd goed’, beaam ik. ‘Nou, u kunt tenminste vooruit kijken naar een tuin met prachtige bloeiende bollen volgend voorjaar’. ‘Nee hoor, ze bloeien pas over twee of drie jaar weer, dat stond ook op internet’, antwoordt hij. Vol verbazing kijk ik hem aan. ‘Over twee tot drie jaar? Nou, dan moet u wel tot die tijd in leven blijven hè?’

 

O, o, wat zeg ik nou toch weer? Zo stom! Gelukkig vat hij het goed op, want hij trekt een grijns en zegt opgewekt: ‘Ach, anders hebben anderen er toch plezier van?’ Beschaamd wil ik afscheid nemen, maar hij roept me terug: ‘Niet op het dorp vertellen dat ik hiermee bezig ben hè? Straks gaan ze nog denken dat ik niet goed wijs ben’. Ik beloof hem dat ons gesprek niet verder komt dan zijn tuin.

 

Blij, dat we op zo’n goede manier uit elkaar gaan, vervolg ik mijn wandeling. ’s Avonds denk ik na. Ik wil mijn belofte aan de vriendelijke meneer houden, maar dit verhaal is toch te mooi om niet verteld te worden? Wie weet dat nou: Het verhaal van deze boeiende bollen? Die ineens niet meer willen bloeien? Wie heeft zoveel doorzettingsvermogen om op z’n oude dag nog een driejarenplan in werking te zetten? Deze man is juist heel wijs bezig, ik vind hem een voorbeeld voor ons allemaal. Niet tobben, gewoon lekker bezig blijven met de blik gericht op de toekomst.

 

Een toekomst vol b(l)oeiende bollen.

Reageren op 'B(l)oeiende bollen'? Stuur een mail naar marianne@coronkels.nl

Nóg een Coronkel lezen? Klik op deze link: Verhalen

Dág Bommel werd als column gepubliceerd in het Gouds Dagblad op 28-3-2021