Einde van de inktvisringen

Einde van de inktvisringen, een kort verhaal uit de serie Coronkels, korte verhalen in Corona-tijd. www.coronkels.nl

De twee jongens vielen nogal op tussen de rest van hun leeftijdsgenoten. Niet alleen hadden ze in de fietsenstalling al hun mondmasker opgedaan, maar ze hielden ook duidelijk afstand. Desalniettemin voerden ze een levendig gesprek. ‘Vanavond nog even pizza scoren?’, vroeg de langste. ‘Nee joh, dat ga ik niet doen’, antwoordde zijn vriend: ‘Net op de valreep, alleen maar omdat het nu nog mag? Dat vind ik niet OK. Die maatregelen nemen ze niet voor niks hoor!’ ‘Je zal wel gelijk hebben’, zei z’n maat.

 

Er werd iets omgeroepen op het perron. Maar wat? ‘Is die trein nou wéér vertraagd?’, mopperde de lange jongen. ‘Altijd wat, de laatste tijd, zeker weer blad op het spoor of zo? Hebben ze daar nou nóg niks op gevonden?’ Z’n makker kon het kennelijk niet veel schelen: ‘Vanavond ga ik weer naar de octopus kijken, zin om te komen?’ ‘Octopus? Wat voor octopus? Zo’n ding waar ze inktvisringen van maken?’

 

‘Nou dit is een hele bijzondere octopus, hij, of eigenlijk is het een zij, sluit vriendschap met een duiker, een cameraman. Die heeft een burn-out en zoekt z’n oude thuis op om weer gezond te worden.’

‘En dan vindt hij een octopus? Hahaha,  het moet niet gekker worden! Kom je thuis, word je opgewacht door een inktvis, dat geloof je zelf toch niet?’

 

‘Nee man, zo zit het helemaal niet, het is echt een mooie film. Die octopus leeft natuurlijk in zee, die kerel duikt en die ziet ineens dat beest, helemaal bedekt met schelpen. Als camouflage. Dat had dat dier zelf verzonnen. En dat, terwijl een octopus z’n huid kan aanpassen. Octopussen kunnen zelfs een tentakel laten aangroeien als ze er één kwijtraken. Dat gebeurt ook in die film. Hij wordt aangevallen door een haai …’

‘Wie? Die duiker?’ De ander begint duidelijk geïnteresseerd te raken in het verhaal. ‘Neehee, die octopus, die wordt dus aangevallen door een haai. Gelukkig verliest ze maar één tentakel, maar je ziet later dat die weer is aangegroeid. En dat is maar goed ook, want d’r hersens zitten erin, in die tentakels.’

 

‘Echt?!’ De lange jongen keek de verteller vragend aan. ‘Hersens in z’n tentakels? Waar haal je dát nou vandaan?’ ‘Nou, een inktvis heeft geen botten, hij kan alle kanten op met die tentakels. Dus die zijn zelfdenkend, anders kan een centraal brein dat niet snel genoeg verwerken, wat al die tentakels aan het doen zijn. Vandaar dat zijn hersens in z’n poten zitten en later pas doorgeven wat ze aan het doen zijn. Veel sneller’. ‘Net alsof ik in de supermarkt van alles in mijn karretje stop en bij de kassa pas zie wat ik gekocht heb, bedoel je dat?’ ‘Ja, zo iets, denk ik, ik weet het ook niet hoor, hoe dat precies werkt bij zo’n octopus. Ik heb er zelf nog nooit een gezien, in het echt dan, zelfs niet in de dierentuin.’

 

De twee jongens liepen naar het perron waar nog steeds geen trein te bekennen was. Lekker in de zon en uit de wind hervatten ze hun gesprek. ‘Kijk’, zei de inktvisman, ‘ik heb hem gedownload op mijn mobiel, dat van die octopus en haar duikervriendje.’

‘Allemachtig!’, zei de langste jongen zachtjes toen hij de telefoon teruggaf: ‘Dit is wel het laatste wat ik had verwacht van zo’n stom dier’. ‘Nou stom zijn ze echt niet’, ze kunnen zelfs overal uit ontsnappen, kijk maar.’

 

Er werden snel een paar toetsen ingedrukt en de twee koppies, nu dicht bij elkaar, staarden ingespannen naar het scherm. ‘Kijk! Hij komt zelfs uit een afgesloten pot!’ De langste jongen keek en schudde zijn hoofd. ‘Ongelofelijk’ ‘Ja, en dit is nog niet alles hè, kijk!’ Weer werden er toetsen ingedrukt en keken de twee gebiologeerd naar de mobiel. ‘Verrek! Hij helpt die duiker naar de oppervlakte, hij streelt hem zelfs! Alsof hij doorheeft dat die kerel het slecht heeft.’

‘Zij.’

‘Wat??’

‘Het is een zij.’ Grinnikend keek de jongen naar zijn vriend: ‘Oh, hij is een zij; dat verklaart alles’.

Beiden schoten in de lach.

 

‘Zal ik je nóg eens wat vertellen?’ De octopusliefhebber kwam nu op dreef. Enthousiast vervolgde hij: ‘In Amerika hadden ze een octopus in een aquarium, een afgesloten aquarium. Met een bak met andere vissen en zo er naast. Ook afgesloten. En elke dag waren er vissen verdwenen. Niemand wist wat er aan de hand was. Ze vonden alleen een beetje water op de vloer, maar de bakken waren heel. En dicht. Toen hebben ze een camera opgehangen en wat bleek?’ ‘Nou? Nou?!’ Zijn vriend kreeg haast. ‘Het was de octopus. Elke avond ontsnapte hij uit zijn bak, maakte de visbak open, vrat op wat hij kon eten en vóór de oppassers de andere ochtend weer terugkwamen, zat hij weer in zijn eigen bak. Netjes beide bakken afgesloten, alleen dus wat water op de vloer.’

 

Beide vrienden kwamen niet meer bij van het lachen. ‘Wat ontzettend slim. Dat niemand dat door had, joh!’

‘Het zijn hele slimme beesten, dat zei ik toch al? Sinds ik “My Octopus Teacher” heb gezien ben ik helemaal verknocht aan die mini-kraken. Zó geweldig!’

 

In de verte verscheen zowaar een trein. Het mobieltje verdween in een broekzak. ‘Ik kom ook kijken’, zei de lange jongen, ‘het lijkt mij echt waanzinnig’. ‘O ja, dat is het zeker’, beaamde zijn kameraad. Hij vervolgde: ‘Zullen we anders pizza laten komen? ‘Mmmm, ja lekker, of anders….’ De lange jongen viel stil.

‘Ja? Wat ánders?’

‘Nou vanavond geen lekker knapperige calamaris zeker? Met knoflooksaus?’

Zijn vriend keek hem aarzelend aan: ‘Tja, daar zeg je wat. Die film was voor mij gelijk het einde van de inktvisringen.’

Nóg een Coronkel lezen? Klik op deze link: Verhalen

Einde van de inktvisringen werd als column gepubliceerd door het Gouds Dagblad op 20-10-2020