Kunnen we dat nog éven vasthouden?


Kunnen we dat nog éven vasthouden? een Coronkel, een kort verhaal uit de reeks korte verhalen in Corona-tijd, mijn Coronkels.

Sir Winston Churchill wist het al: ‘Never let a good crisis go to waste’. Oftewel:  ‘Elk nadeel heeft z’n voordeel’. ‘Hoe creëer ik nú kansen?’ ‘Wat zijn mijn mogelijkheden?’ ‘Hoe help ik mijn bedrijf door deze tijd?’ ‘Hoe kan ik de helpende hand (blijven) bieden?’ Mensen die zo denken, ik vind ze zonder uitzondering geweldig. 

 

Maar hoe kom je hen op het spoor? Op het nieuws vertelden deskundigen hoe we ervoor stonden. Niet best. In de praatprogramma’s vertelde iedereen die graag op televisie wilde komen hoe zij er over dachten. Ook niet best, slechter nog. Nee, dan kon je nog beter naar het nieuws kijken. 

 

MAX bracht redding, met het ouderenjournaal. Ineens verschenen daar onze positieve en inspirerende medelanders. Elke werkdag. 

 

De horeca-ondernemer die de verlaten bedrijfskeukens van Shell te leen vroeg om eten te koken voor eenzame Hagenaars. Want zijn eigen zaak is te klein om gasten op anderhalve meter te kunnen ontvangen. En hij wilde toch iets betekenen in deze tijd. Hij ging de boer op, letterlijk, om ingrediënten te verzamelen, zocht vrijwilligers die de maaltijden rondbrachten. MAX erachteraan. Zoveel blije gezichten achter deuren die noodgedwongen dicht moesten blijven, maar voor die fantastische man open gingen.

Voor een dagelijkse glimlach, een praatje en een gezonde, warme maaltijd. Met liefde bereid. 

 

De dame, die zich met hart en ziel ontfermt over huisdieren van gestorven eenlingen. Dat waren er nu meer dan anders. Verdrietige beestjes die hun baasje missen. Geen idee waarom hun maatje hen niet kwam ophalen. Die dame had er een dag- én nachttaak aan. Met alle vrijwilligers, die hun handen voor de droevige dieren lieten wapperen en, veel belangrijker, ze in hun hart sloten. ‘Pure magie’, zo verwoordde de dankbare eigenaresse van de opvang het. En dat was het.  

 

De verzorgenden in de potdichte verpleeghuizen die, voorzien van pillen en een tablet, langs onze fragiele ouderen gingen om ze ‘live’ met hun geliefden in video-contact te brengen. Of ze niks anders te doen hadden. Vanzelfsprekend deden ze dat er even bij. Omringd door een woud van tulpen. Gebracht ‘omdat ze anders toch weggegooid werden’. 

 

Alle evenementen waren afgelast, maar de koptelefoons met antenne werden ingezet voor de Silent Disco. Ik had er nog nooit van gehoord. Het was een prachtgezicht: Swingende mensen, afgezonderd en in volkomen stilte zien genieten van lekkere songs, ontroerende liedjes en verzoeknummers. En een blije DJ: ‘Zo mooi om iets voor ze te kunnen betekenen’. Na afloop moest hij honderd setjes reinigen en ontsmetten.  Met een lach. Op naar de volgende klus.

 

Wat heb ik genoten van die kennismakingen op afstand met déze en nog veel meer inspirerende mensen. Al die fantastische initiatieven, enthousiaste vrijwilligers en gulle gevers. ‘ Restverwerking’  in optima forma. ‘Verspilling is zonde’, mijn oma zei het al. En ook: ‘Het is beter te geven, dan te krijgen’. Al die vrijwilligers: ze  sloegen hun handen ineen, zetten hun schouders er onder en hun harten open. 

 

Op 1 juli was de ergste lock-down voorbij. Voorlopig. Op  3 juli was de laatste uitzending. Voorlopig. 

Het was mooi om 66 afleveringen lang deel uit te maken van zo’n saamhorigheid, positiviteit en al die inspiratie. 

Kunnen we dat nog éven vasthouden?