Kunst met een grote K

De cultuurwereld krijgt klappen. In een tijd waarin voetballers naar de roodste plaatsen op aarde vliegen om een balletje te trappen, zitten muzikanten en musici achter een microfoon en een beeldscherm. Om er nog iets van te maken. Ze zijn in goed gezelschap: theatergezelschap, mag ik wel zeggen. Ook bij hen de mooiste ideeën om hun kunst nog wereldkundig te maken. Om mensen ook in deze tijd te laten genieten van al het moois dat hun creatieve geesten bedenken.

 

In de amateurmuziek, waar ik al decennia enthousiast deel van uitmaak, is het niet anders. Vrijwilligers zijn bezig om hun mede-orkestleden aan het spelen te houden. De een met uitwerking van de recentste protocollen, de ander met plattegronden en stoelenplannen. Want als je maar met 30 muzikanten in één gebouw terecht mag, dan is dat passen en meten.

Letterlijk: onze technische commissie heeft een anderhalve-meter-stok gemaakt, zodat de stoelen precies op de juiste afstand kunnen worden neergezet. Dat is snel gedaan. Nog even naar de fluiten en piccolo’s kijken, want die moeten op 2 meter, ja, ja. Die kleine fluitjes zijn nu het gevaarlijkst. Heb ik eigenlijk altijd al geweten.

 

Gelukkig beschikt mijn club per orkest over een coördinator. Voor de harmonie is dat onze basklarinettist. Zoals zoveel van ons begonnen op de besklarinet maar verliefd geworden op het sprookjesachtige timbre van zijn grote broer. Een pracht instrument! Naast haar drukke baan zorgt zij elke week voor een verantwoorde bezetting, de ene helft van het orkest voor de pauze, de andere helft er na.

Sommigen van ons mogen blijven, als er plek over is. Dan kunnen we toch steeds met een mooi ensemble repeteren. Dat is een heel gedoe, want elke week zijn er muzikanten die afzeggen. Soms moeten ze dat zelfs op het laatste moment, want snotneuzen mogen er niet in. Dan regelt ze ‘invallers’. Of er zijn leden, die niet weten waar ze nu weer moeten zitten. Dat is ook lastig, want met zo’n wisselende bezetting zit je soms niet op je vaste plaats. En iedereen zit nu eenmaal het liefste op z’n eigen plekje. Met z’n vaste buurman, of vrouw. Maar ja, nu even niet.

 

Van een totale stop in maart, naar een voorzichtig begin in juni, toen ook met 30 mensen. Later weer versoepeld naar 100 personen in één zaal, mits de afstand gewaarborgd kon blijven. En de looproutes. En de hygiëne. En de ventilatie. Toen weer terug: naar 30 man max. (sorry meiden). Dit keer met mondkapjes, zodra je beweegt. Blijven zitten dus. Da’s niet erg, want dat repeteert ook het lekkerste.

 

Maar die ventilatie, dat wordt wel een dingetje, met de winter voor de deur. Als ik rondkijk, dan zie ik al bodywarmers, sjaals, hoody’s, fleecetruien, jacks. Straks mutsjes op en handschoenen aan. Want wanten gaat niet. Alle deuren en bovenlichten moeten open, de ergste tocht wordt afgebogen door kamerschermen. Beter tocht dan Corona. Afgelopen vrijdag sprongen we een gat in de lucht (figuurlijk, want we moeten dus blijven zitten); de gemeente heeft ons ventilatieplan goedgekeurd. Komende week gaan onze technische mannen aan de slag. Met tweedehands ventilatoren, want de club teert aardig in.

 

Elke groep mag maar een uurtje repeteren, dan binnen 10 minuten weg en de volgende 10 minuten de nieuwe ploeg er in. Ook weer een uurtje. Gelijk naar huis. De bar mag natuurlijk niet open. En zelf meegenomen drankjes mogen geen alcohol bevatten. Gelukkig bevat glühwein geen alcohol. En warme chocomel ook niet, dus er is nog hoop voor de overblijvers.

 

Zoveel verse lucht die lekker koel van buiten ons gebouw instroomt betekent wel dat we moeten blijven blazen, anders worden onze toeters te koud. Niet alleen speelt dat niet soepel, maar de stemming is dan ook ver te zoeken. Onze dirigent trekt vaker zijn wenkbrauwen op dan vroeger. Ja, wij horen het ook wel, maar het valt niet mee, elke keer even een beetje stemmen. In een poging om de club het gevoel voor het stuk bij te brengen, roept hij uit: ‘Jongens, jongens, bij dit gedeelte zouden de mensen nu echt tranen in de ogen moeten krijgen’. Waarop één van mijn collega’s roept: ‘Nou, hier gaan ze echt wel van janken’.

Gelach alom, oh, wat voelt dat lekker, met z’n allen even lachen. Doen we veel te weinig. Toch is er ook nu nog steeds genoeg om te lachen. We houden de moed er in: we zijn aan het werk voor een kerstconcert. Er wordt een professionele video-opname van gemaakt en dan gaan we op internet. Of op Radio Gouwestad. Cool! Letterlijk en figuurlijk.

 

De rest van de week kijken we naar de televisie. Die biedt een afwisselend programma: de Champions League, de Europa League, de Eredivisie, Oranje. We vragen ons al lang niet meer af waar de prachtige opnamen van het Concertgebouworkest en het Rotterdams Philharmonisch blijven. Die zoeken we zelf op, op YouTube. Net als de theatervoorstellingen, soms moet je daarvoor betalen, maar parkeren bij een theater is duurder.

 

Mijn club is straks in goed gezelschap van alle andere enthousiastelingen in de wereld van de podiumkunst. Hoewel we tegenwoordig vaker een beetje ontstemd zijn, gaan we binnenkort een mooi concert opnemen. Met een beetje mazzel. Door veel, heel veel opoffering van onze vrijwilligers die dit allemaal mogelijk maken voor ons. Dat is niet alleen kunstig, nee, dat is kunst. Kunst met een grote K.

Nog een Coronkel lezen? Klik op deze link: Verhalen

Kunst met een grote K werd als column gepubliceerd door het Gouds Dagblad op 1-11-2020