Mobiele makker

Ja hoor, ze zit er weer, aan haar vertrouwde tafeltje in het hoekje van het terras. Toevallig is dit een terras in Spanje, maar het had overal ter wereld kunnen zijn. Hoewel, niet overal ter wereld is het nu even zonnig als hier. Ze heeft een glas wijn. Daarnaast heeft ze zelf een flesje frisdrank meegenomen. Eten doet ze niet, hooguit knabbelt ze uit een zak chips. Ook zelf meegebracht. Roken doet ze wel. Op zo’n namiddag en vroege avond gaan er wel twee pakjes sigaretten doorheen. Tussendoor leegt ze zelf haar asbak.

Er komt geregeld een bekende voorbij, die dan ook aan haar tafeltje gaat zitten. Zodra ze zijn scootmobiel ziet komen, bestelt ze nog snel een glas wijn en rekent ze alvast af. Niet van plan om zijn drankje voor haar rekening te nemen. En dat, terwijl hij vaak allerlei boodschappen voor haar meeneemt. Dan moppert ze er flink op los; kennelijk is het nooit goed (genoeg). Haar schelle stem laat veel hoofden haar kant op draaien: ‘Wat is daar toch aan de hand?’ Of, als het vaste gasten zijn: ‘Wat is er nou weer aan de hand?!’

Ze trekt zich er niets van aan. Als ze het al opmerkt is dat hooguit een extra reden om ook op deze gasten te gaan schelden. In het Duits, want ze komt uit Zwitserland. Of soms in gebroken Spaans of heel slecht Engels. Haar boodschappenjongen spreekt geen Duits, ook bijna geen Engels trouwens. Dat probeert ze hem bij te brengen. Zonder resultaat. Hij doet het nooit goed en dat geeft haar een extra reden om weer te gaan schreeuwen. En dan gaat hij weer. Boos en teleurgesteld op zijn scootmobiel de richting in, waaruit hij zo kort geleden gekomen is.

Het is een klein vrouwtje. Heel erg tenger ook. Broodmager, eigenlijk. Als je niet beter wist, zou je haar ‘fragiel’ noemen. Maar zodra je haar in actie hebt gezien als haar boodschappenjongen per ongeluk zijn scootmobiel ‘verkeerd’ heeft geparkeerd, dan is ‘fragiel’ niet meer van toepassing. Nadat ze eerst keihard gaat schelden, dat zijn domme actie haar zicht op de zonsondergang blokkeert, draaft ze in korte, nijdige stapjes van het terras. Zonder sleutel is het ding slecht te verplaatsen. Dus probeert ze met grof geweld het stoeltje neer te klappen. Na enig duw- en trekwerk en het nodige slaan en stompen, lukt het haar de zitting zo laag te krijgen, dat ze ongestoord van ‘haar’ zonsondergang kan genieten. Dat wil zeggen: als haar boodschappenjongen ook nog op een andere stoel gaat zitten. Die wijs ze hem aan: DAAR!!

Ondanks haar postuur, ga ik dus maar al te graag een stuk voor haar opzij. In de hoop dat ze niet tegen mij gaat schreeuwen.

Zo zit ze daar, dag-in, dag-uit, in haar hoekje op het terras. Uren lang zit ze te borduren of is ze met haar mobiele telefoon in de weer. Geen idee of ze online aan het gokken is, of dat ze een spelletje speelt. Wie weet handelt ze wel op de beurs of zo? Die sigaretten zijn toch best kostbaar. Wat een eenzaam bestaan! Zou ze helemaal geen familie hebben die zich om haar bekommert? Of zijn die het geschreeuw al lang zat?

En toch: elke dag rond een uur of vijf gaat haar telefoon. Die laat ze lang overgaan. Net zo lang, totdat alle gasten zich naar haar omdraaien: ‘Waarom neemt ze niet op?’ Dat is haar cue: met veel omhaal drukt ze voor iedereen duidelijk zichtbaar op haar mobiel. Om daar vervolgens keihard een half uur lang tegen te praten. Tenzij er nog een Zwitser op het terras zit, weet niemand waar ze het over heeft. Maar druk is ze wel, tjonge jonge.

Degene aan de andere kant heeft kennelijk niet veel te vertellen, want ze laat hem (of haar) nooit lang aan het woord. De telefoon staat niet op de luidspreker, dus we kunnen alleen ‘meegenieten’ van haar verbale geweld. Om de een of andere reden, is het gesprek altijd grappig, want af en toe barst ze in schaterlachen uit. Dat vind ik nog enger dan haar geschreeuw.

Aan het einde van het gesprek kijkt ze steevast het hele terras in de rondte voordat ze op de stopknop drukt. ‘Hebben jullie allemaal gezien en gehoord dat ik gebeld werd? Ik ben niet eenzaam, als jullie dat mochten denken. Ik ben niet een vervelende oude dame. Ik ben een geliefd persoon, die het waard is om vaak gebeld te worden.’

Ik ben blij voor haar, dat wel. Maar toch: er is iets vreemds aan die gesprekken. Eerst valt het mij niet zo op, maar naarmate ik hier een paar dagen achter elkaar kom, knaagt dat gevoel: iets klopt hier niet. Ooit ben ik mijn loopbaan begonnen als telefoniste. Dat vond ik geweldig! Al snel kende ik de vaste bellers en herkende ik hun stemmen. Ik kon het zelfs horen als ze een rotdag hadden. Als je zo’n job langer doet, word je er beter in. Dus dat knagende gevoel laat me niet los.

Als ik op een dag toevallig zelf even met mijn mobiel in de weer ben, gaat de hare over. Ik kijk naar de tijd: 17.31 uur. Ik bestel een biertje. Bijna drie kwartier later hangt ze op. De dag daarna pak ik snel mijn telefoon als de hare overgaat: 17.31 uur. Toeval? Die hele week gaat haar telefoon. Om 17.31 uur.

Die middag legt ze hem ineens midden in het gesprek neer. Ze snauwt naar haar buurvrouw iets de trant van: ‘Kun je het goed zien? Heb je niks anders te doen?’

 

De struise Rotterdamse naast haar kijkt haar beduusd aan: ‘Oh, sorry hoor’, mompelt ze. Als haar kwaaie buurvrouw haar telefoongesprek hervat, kijkt de Rotterdamse stiekem nog een keertje, terwijl ze opstaat om naar het toilet te gaan. Als ze terugkomt, is het oude vrouwtje net klaar met bellen. De Rotterdamse loopt niet rechtstreeks naar haar eigen tafeltje, maar een klein stukje verder, naar het midden van het terras.

Daar draait ze zich om, steekt haar duim op en roept naar haar boze buurvrouw: ‘Handig hè meid? Zo’n wekker op je mobiel!’

 

Nóg een Coronkel lezen? Klik op deze link: Verhalen

 

Reageren op 'Mobiele makker'? Stuur dan een email naar marianne@coronkels.nl