Morgenrood

Morgenrood, een kort verhaal uit de serie Coronkels, korte verhalen in Corona-tijd.

Het is een grijze ochtend, mistig en bijna windstil. Er zijn ook geen vogels. Ik hoor ze niet en zien doe ik ze al helemaal niet. Het ziet er triest uit. Ik voel me ook triest. Voor mij ligt een stapel LP’s, langspeelplaten uit mijn jeugd. Herinneringen aan mooie oudjaarsavonden waarin we met onze familie urenlang zongen. Velen waren lid van een koor en de meesten waren socialist, rood dus. Prachtige stemmen en meerstemmigheid leidden ons langzaam maar zeker het oude jaar uit. Begeleid door oliebollen en appelflappen.

 

Het kan dan ook niet anders of tussen Jasperina de Jong, Harry Belafonte en Eartha Kitt  kom ik een rode plaat tegen: ‘De Rooden Roepen’, staat er op de hoes. Ik draai hem om, alle teksten staan op de achterkant. Ik heb nog een platenspeler. Ik zou dit relikwie kunnen opnemen via de pc. Dat is wel een heel gedoe, maar voor de ‘Stem des Volks’, het koor die deze plaat heeft opgenomen, heb ik dat er wel voor over. En voor mijn eigen sentimentaliteit.

 

Mijn oog valt op het kleurige boxje op de kast; mijn bluetooth boxje. Daar kun je zonder kabeltje muziek uit tevoorschijn toveren. Maar met een platenspeler lukt dat niet, zo technisch ben ik nog wel. Toch brengt het boxje mij op een idee: ‘wat als iemand de prachtige liederen van de ‘Stem des Volks’ al op YouTube heeft gezet? Even proberen.

 

Het duurt niet lang of de klanken van ‘Broeders verheft u ten vrijheid’, ‘Eens komt een klare schone dag’ en ‘Morgenrood’ galmen door mijn huis. Het boxje heb ik op de eettafel gezet, lekker centraal. Hij staat zó hard, dat hij bijna van tafel trippelt. Ik zing uit volle borst mee, heerlijk! Als onze demonstranten tegen van alles en nog wat deze strijdliederen zouden zingen, in plaats van stelselmatig de boel kort en klein slaan, dan zou ik ook mee doen. Hoewel ik nergens tegen ben, ik ben juist overal vóór. Nou ja, bijna overal dan.

 

Mijn humeur verbetert met de minuut, ik check ook de andere platen, die ik eigenlijk over had willen nemen. Melodieën die terugvoeren in de tijd. Klassieke muziek, de conferences van Wim Kan, Dikkertje Dap, Frankie Laine, Roger Whittaker; mijn muzikale verleden op LP’s op mijn eetkamertafel. Met daarnaast het nog steeds wiebelende boxje.

 

Mijn besluit is genomen; ook de LP’s krijgen een tweede leven, net zoals de meeste spullen uit mijn moeders boedel. Ineens dringt het tot mij door: die erfenis bestaat niet uit spullen. Mijn broertjes en ik, wij zíjn de nalatenschap. Door wat er van ons is geworden, hoe wij in het leven staan, wat wij voor onze samenleving willen en kunnen betekenen. Hij bestaat uit herinneringen, heel veel herinneringen, uit muziek, uit wat mijn ouders ons hebben bijgebracht, waar ze ons van hebben laten proeven, ruiken, horen, voelen. Mijn leven bestaat voor een groot deel uit muziek, niet alleen in mijn orkest waar ik mijn bastuba zo mooi mogelijk probeer te laten klinken. Nee, die bestaat ook uit zingen en neuriën in de keuken als ik eten sta te koken. Uit mijn liefde voor koken, voor tuinieren.

 

Over tuinieren gesproken: er moet nog een hoop gesnoeid worden. Het is weliswaar nog steeds grijs, maar hoe koud zou het eigenlijk zijn? Hee, het valt reuze mee. Ik snoei mijn boxje de mond en ga mijn oude kleren aantrekken. Geen muziek in de tuin, althans niet versterkt. In mijn tuin heerst nog steeds de stilte van de mistige ochtend. Gewapend met snoeischaar, emmers en een hark ga ik het dode hout te lijf. Dat knapt lekker op. Mijn groene container is bijna vol, straks maar even stampen, dan haalt hij het net tot de eerstvolgende ophaaldag.

 

Van tuinieren krijg ik energie, net als van muziek. Ik knip en knip dat het een lieve lust is en merk pas dat er een waterig zonnetje probeert terrein te winnen, als ik het veel te warm krijg. Mijn laarzen gaan even uit, ik breng mijn bodywarmer naar binnen en haal gelijk een kopje thee. Jammer dat de tuinset al opgeborgen is. Op het opstapje bij mijn achterdeur kijk ik over mijn thee de tuin in. Ik hoor een vogeltje, een vinkje. Ik zie een winterkoninkje ondersteboven aan een vetbol hangen. Een merel doet zijn best om zoveel dooie bladeren opzij te schuiven dat hij bij een lekkere sappige regenworm kan komen. Een brutaal kauwtje kijkt of er ook iets van zijn gading is. Maar hij legt het af tegen een wit-zwarte ekster. ‘Een diefachtige ekster’, denk ik automatisch. Oftewel ‘La Gazza Ladra’, de beroemde opera van Rossini. Een muziekstuk waarin ik ooit een solo heb vertolkt. Op klarinet wel te verstaan, niet op de bastuba. De drukte van de vogels en de rust in mijn tuin doen me goed.

 

Vanavond ga ik nog eens luisteren naar ‘Eens komt een klare, schone dag’, een mooi lied om de nacht in te gaan. En voorlopig begin ik mijn dagen met zon, of ik hem nu kan zien of niet.

Morgen gaat oorverdovend van start. Met ‘Morgenrood’.

Nog een Coronkel lezen? Klik op deze link: Verhalen

Morgenrood is als column gepubliceerd door het Gouds Dagblad op 15-11-2020