Multifunctionele mondkapjes

Multifunctionele mondkapjes, een kort verhaal uit de serie Coronkels, korte verhalen in Corona-tijd.

Vorig jaar kon je op allerlei (veiling)sites goedkope treinkaartjes vinden. Nu is daar niet één treinticket meer te bekennen voor een zacht prijsje. De sites hebben hun aanbiedingen voor treinkaartjes veranderd in een vandaag ten dag zeer gewild artikel: mondkapjes. Bijna voor niks, die mondmaskers.

 

Daarom worden ze waarschijnlijk ook niet in de prullenbak weggegooid; je komt ze overal tegen. Als ze nou donkergrijs waren, of groen. Nee, ze zijn knalblauw, dus vallen ze op als je ze per ongeluk laat vallen.  Maar als ze zo weinig kosten, waarom zou je dan de moeite nemen om ze in de afvalbak te doen? Ze moeten trouwens bij het restafval, niet bij het oud papier en zeker niet bij het GFT, zo lees ik op de site van de gemeente. Daar staan alle dingen die je ooit zou willen wegdoen. Als je ze een tweede leven gunt, dan moeten ze naar de Kringloopwinkel. Of in de container van het Leger des Heils. Of een ander goed doel.

 

Mondkapjes dus, voor een habbekrats. Makkelijk via internet te bestellen en zelfs af te rekenen, want ook habbekratsjes mag je nu contactloos betalen, wel zo veilig.

 

Dat had ik graag gedaan, contactloos betaald, bij de groothandel die mijn favoriete thee verkoopt. Al jaren koop ik daar 400-grams verpakkingen English Breakfast Tea. Oftewel Engelse ontbijtthee. Voor bij het ontbijt en bij de thee, zal ik maar zeggen. Heerlijke thee. Dus verheug ik mij op twee nieuwe zakken.

 

Hee, wat is dat? Het schap is leeg. Net als zoveel andere schappen overigens. Ben ik op een verkeerd tijdstip gaan winkelen? Niet goed gekeken? Brilletje op en de prijssticker aandachtig bekeken. Ja, hier hadden ze moeten staan, mijn zakken. Er staat een rode tekst overheen: ‘Tijdelijk niet leverbaar’. Tijdelijk niet leverbaar? Is dat virus een nog grotere theeleut dan ik?

De cassiere deelt mijn teleurstelling. ‘Ja, die crisis hakt er in. Ook in thee-wonderland.’

 

Thuis moet ik eerst bijkomen, de bodem van mijn theebus is bijna in zicht. De supermarkt verkoopt alleen thee in zakjes. Maar goed ook, want dat is echte stofthee. Misschien hebben ze wel losse thee op de afdeling met natuurlijke producten. De extra gezonde producten. Zou mijn thee niet-natuurlijk zijn? Als ik er kokend water op giet, dan zie ik toch duidelijk kleine blaadjes tevoorschijn komen. Chemische blaadjes? Het zal toch niet?

 

In de tuin heb ik munt staan, dus muntthee is nog een optie. Vóór de vorst invalt, maar misschien krijgen we wel  een zachte winter?  Muntthee drinkt niet zo lekker door. Eén kopje is wel voldoende. Bovendien moet je die verse munt altijd eerst met veel water afspoelen, want er zit nog weleens luis op. En als je daar kokend water op giet, dan heb je een kop met onderin een laagje zwarte luizenlijkjes. ‘Arme luis thee’, zou mijn broertje zeggen.

 

Het is duidelijk: de crisis is nog niet ten einde, maar mijn voorraad thee bijna wel. Tijd voor actie! Op internet naar losse thee zoeken dan maar. Ja, daar heb ik iets gevonden! O, dat is waarschijnlijk bladgoud-thee, negen euro voor één ons? En dan komt er nog BTW bij. Zal wel het hoge tarief zijn.

Jonge jonge, dan moet ik op rantsoen.

 

Ineens zie ik een rood blik voorbij komen. ‘Gevuld met 500 gram Engelse Breakfast tea’ staat er bij. Van een merk waaraan de Britse vorstin zelf haar goedkeuring heeft gegeven. Tegen een schappelijke prijs. Mijn dag kan niet meer stuk. Zal ik er gelijk twee bestellen? Ach, wie weet is mijn eigen thee straks weer voorradig. Eén blik dus voorlopig.

 

Twee dagen later staat mijn vertrouwde bezorgster voor de deur met een doos. Precies op tijd, want de laatste blaadjes zijn in het kokende water aan het trekken. Oh, ik kan bijna niet wachten: mijn nieuwe thee is er. Gauw kijken. Ja hoor, het rode blik zit in de doos. Met de goedkeuring van Elisabeth de Tweede van Engeland. Jammie!

 

Voorzichtig maak ik het rode blik open en houd mijn neus er boven. Ik verwacht de heerlijke geur van thee.

Maar nee: het blijkt stofthee te zijn: er is geen blaadje te bekennen, de thee is zo fijn dat ik er gelijk een neus vol van heb en hevig begin te niesen en te proesten. Ik zie mijn buurvrouw in de poort schrikken: ‘Heeft Corona jou nu ook al te pakken?’ Een zakdoek maakt een einde aan de wolk theepoeder op de verkeerde plek.

 

De thee is zelfs zó fijn dat hij de volgende dag niet in de theeknijper wil blijven zitten; de minuscule gaatjes zijn te groot. Het stof komt er dwars doorheen en verspreidt een donkere wolk door mijn theepot. Na een paar seconden is de hele inhoud zo zwart als de nacht. En bitter. Onderin de pot een dikke zwarte laag die mij bekend voorkomt: luizenlijkjes. Alleen zijn die een stuk groter. Wát een sof!

 

Weggooien is zonde, het blik was niet zo duur, maar ook niet zó goedkoop dat ik dat overweeg. En vooral: eten weggooien, dat doe ik liever niet. Dan maar een paar weken thee snuiven. Snuiven? Ik denk aan die spotgoedkope maskers. Als het virus daar niet doorheen komt, dan komt de thee er zeker niet doorheen, virussen zijn namelijk een heel stuk kleiner dan stof. En aangezien de elastiekjes bij die wegwerp dingen heel snel loslaten (soms al voordat je hem goed kunt opzetten) zijn die mooi bruikbaar om het maskertje dicht te binden. Met een mondkapje op vul ik het eerste blauwe masker. Zo kent elke crisis zijn eigen oplossingen voor een habbekrats: stofthee in multifunctionele mondkapjes.

Nóg een Coronkel lezen? Klik op deze link: Verhalen

Multifunctionele mondkapjes is als column gepubliceerd door het Gouds Dagblad van 22-11-2020