Muziek van hoog niveau


Muziek van hoog niveau, een Coronkel, een kort verhaal uit de reeks korte verhalen in Corona-tijd, mijn Coronkels.

Deze bijzondere tijd brengt niet alleen maar verdriet en ellende. Corona heeft velen geïnspireerd tot verbale hoogstandjes. Meer dan 700 woorden werden er in een paar maanden toegevoegd aan de Nederlandse taal. En vast ook aan het Engels, Frans en ga zo maar door. Sommige woorden voelen niet goed; zo vind ik de 1,5-meter-economie of de 60-minmaatschappij niet pakkend. Praktisch misschien, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Het ‘Corona-woordenboek’ op internet geeft een mooi inzicht in de vindingrijkheid van onze Nederlandse taalgebruikers. Want taal nodigt nu eenmaal uit tot humoristische uitingen, nieuwe woorden en gezegden. 

Maar het was niet op internet dat ik een Corona-woord tegenkwam dat mij echt ontroerde. 

 

Als muzikant ben ik gewend aan aubades. De aubade, in Nederland bekend van vroeg opstaan op Koningsdag om een muzikale ode te brengen aan onze vorst en fijn met z’n allen te zingen. Aubade, Aube in het Frans, betekent morgenlied. Ridders zongen ’s ochtends hun geliefde toe. Die dames werden natuurlijk achter slot(gracht) en grendel gehouden totdat er een gunstig huwelijkscontract was getekend. Zodoende zong zo’n ridder omhóóg, naar het raam van de kamer van zijn geliefde. Misschien zelfs wel op één knie, als hij niet te oud was.

 

De ridders die niet zo vroeg uit de veren sprongen, zongen ’s avonds. Ik stel me voor dat ze hun kelen al rijkelijk hadden gesmeerd met één of ander geestrijk brouwsel en dan eindelijk de moed hadden verzameld om een muzikale ode te brengen aan hun geliefde dame. Die nog steeds veilig opgeborgen was en hopelijk nog wakker. Anders werd ze het vanzelf.  Bijkomend voordeel was natuurlijk dat de dame er in ieder geval twee aanbidders op na kon houden. Ja, toen had je ook al linkmiegels. En een soort van lock-down (maar alleen voor adellijke dames).

 

Hoe mooi om te zien dat zulke eeuwenoude gebruiken ook nu nog steeds populair zijn. Helaas moest Koningsdag 2020 zonder dichtbevolkte aubades, maar tot mijn verrassing waren het de Italianen, die daar al een oplossing voor gevonden hadden.

 

In de steden waar het virus ongenadig toesloeg, moesten de Italianen binnen blijven. Niet zoals wij, een intelligente lock-down, nee: BINNEN BLIJVEN! En dat was een opgave.

Want net als alle zuidelijke volken, ook de Grieken en de Spanjaarden, zijn Italianen echte buitenmensen. Hun hele sociale leven speelt zich af op terrassen, in restaurants, op pleinen. Hele families komen op vaste dagen bij elkaar om samen te eten. Op een terras of in een restaurant. En toen, ineens: binnen blijven! 

En dat deden ze. 

 

Tòt iemand op het idee kwam om vanaf zijn balkon een liedje te spelen. Die vrolijkheid bracht buren en buurtgenoten naar hun balkon. Oók zangers en muzikanten. Wie kon zong of speelde mee, de volgende straat pikte het op. Ondanks hun bittere ellende vonden de Italianen elkaar in hun muziek. Vanaf hun balkon. Het moet Ennio Morricone, die dit allemaal nog nèt heeft meegekregen, ontzettend goed hebben gedaan. Hij heeft misschien gedacht: “In hun donkerste uur vindt mijn volk elkaar in muziek”. En heeft hij op 6 juli jl. tevreden zijn ongelofelijk muzikale hoofd te ruste gelegd. Missie volbracht.

 

Straat na straat, stad na stad zong en speelde zijn verdriet de straat op. Vanaf hun balkon. De “balkonnade” was geboren. Wie het verzonnen heeft, zal altijd in grijze nevelen gehuld blijven, maar wát een woord. Zo’n ontzettend mooi verbindend woord. In tegenstelling tot de aubade en de serenade wordt de balkonnade vanaf hoog niveau ten gehore gebracht. Niet voor één geliefde, nee, voor iedereen die het maar horen wil, beneden of boven. En iedereen luistert of doet mee. Het brengt ons samen.

 

Ik heb geen torenkamer. Ook geen ridder trouwens. Voor mij geen serenade of aubade. Maar ik mag naar buiten. Met muziek voor iederéén, dóór iedereen. Van hoog niveau. De Balkonnade.