Ouderen killen Corona


Ouderen killen Corona, een Coronkel, een kort verhaal uit de reeks korte verhalen in Corona-tijd, mijn Coronkels.

Al jaren ben ik mantelzorger, daar ben ik ingerold en nu weet ik niet beter of ik voel mij mede-verantwoordelijk voor het levensgeluk van een ander mens. Een poos geleden is mijn mantelzorg-behoevende (mijn maatje, zal ik maar zeggen) opgenomen in een verpleeghuis, thuis wonen ging niet meer. Nu zit mijn maatje in lock-down en word ik overspoeld door berichten van ouderen, die geen bezoek meer krijgen en hooguit via de digitale snelweg nog een beetje contact kunnen houden met hun geliefden. Ach, zielig. 

En ook, ongeschreven: “Werk aan de winkel, mantelzorger!”

 

Schuldig, dat is het beste woord om mijn gedachten te omschrijven als ik de telefoon pak om mijn maatje te bellen. De laatste keer is al weer een paar dagen geleden. 

“Hoi, hoe gaat het?” Nou, het gaat goed; mijn maatje wordt fantastisch verzorgd en het tehuis zorgt voor afleiding. Een draaiorgel voor de deur, een DJ met gezellige liedjes, spelletjes, lekkere hapjes. Alleen het middageten, tja, dat was weer niet veel en dat wordt ook nooit wat… Maar gelukkig was daar nog mijn zelfgemaakte soep, een afleiding.

 

Met Koningsdag was er lekkers bij de koffie: tompoezen, moorkoppen en cake met slagroom. Mijn maatje had de cake gekozen: “Die tompoezen en moorkoppen zijn veel te groot.” 

 

Als je niet veel beleeft, valt er ook niet veel te vertellen. Mijn maatje klaagt niet (althans niet tegen anderen). Dat scheelt. Gevoel voor humor, dat wel!

De handen en voeten functioneren niet meer, maar het koppie is nog prima en het bekkie óók. Situaties en mensen uitbeelden met een mimiek en een trefzekerheid die hilarisch is, dat kan mijn maatje. Vaak hebben we daar samen om gelachen. Nu even niet. Corona kilt meer dan mensen. 

 

“Ga je zo nog kijken of er iets lekkers over is van Koningsdag?” 

“Is er niet, ze kopen altijd precies op maat.”

 

Ja, mijn maatje is fysiek fragiel, maar onverzettelijk in spirit. Er is aan de andere kant van de lijn niet veel interesse in mijn verhaal. “Ik klaag niet, en jij hebt al helemaal niets te klagen.”

Duidelijk. Ik ben gezond, vrij (binnen de corona-regels), probeer mijn leven zo goed mogelijk richting te geven. Lastig, want ik ben gewend om de touwtjes zoveel mogelijk in handen te houden. 

 

Aan het begin van de lock-down voelde ik mij stuurloos, doelloos. Mijn maatje niet: die heeft de controle over zichzelf al zo vaak over moeten geven. Nu in het tehuis helemaal. 

Maar het dwingende wijzende vingertje blijft: ik wil dit, doe jij even dat. Zelfs door de telefoon is het voelbaar, daar heb ik geen beeldverbinding voor nodig.

 

Er valt even een stilte in ons gesprek, dat nog geen 3 minuten duurt. Voor ik iets kan zeggen hoor ik: “Nou, bedankt voor je belletje, ik ga ophangen, want mijn koffie wordt koud”.

Als iemand Corona kan killen, dan is het mijn maatje wel !