Pure rijkdom

Over het warme zand komen ze aanlopen: vader, moeder en een blond jongetje. Hij kijkt vrolijk de zonnige wereld in vanonder zijn blauwe petje, trekt aan de arm van zijn moeder en wijst: ‘Daar mama, dat is een mooi plaatsje’. Ze lopen in de aangeven richting en stoppen op een plek vlak bij zee, net buiten de rand van het natte zand. Het ventje kijkt aandachtig om zich heen, misschien is dit wel zijn eerste strandvakantie?

De moeder spreidt een groot doek op het strand en legt de punten vast met de tassen die ze hebben meegesjouwd. Uit één van de tassen haalt de man een ding met touwtjes tevoorschijn; het blijkt een halfrond tentje te zijn. Het kost even om dat op te zetten, maar biedt straks de nodige schaduw, want op Mallorca staat de zon om deze tijd van het jaar hoger dan in het Noorden.

Geen idee waar dit gezin vandaan komt, maar uit hun gezichten straalt de pret over hun vakantie en deze heerlijke dag aan zee. Het ventje is inmiddels ingesmeerd met zonnebrand, zo te zien factor 50, want hij is een stuk witter dan toen hij kwam. Dapper helpt hij mee om zijn zwembandjes op te blazen. Voor zulke kleine armpjes is dat snel gedaan. Zodra hij ze goed om heeft, mag hij in zee. Doorkomen hoeft niet, het lijkt wel of kinderen geen kou voelen. Dit in tegenstelling tot de volwassenen, die soms niet eens doorkomen en onverrichter zake het strand weer op gaan.

Een stukje verderop, over het houten pad speciaal voor rollend materieel, zoals rolstoelen en kinderwagens, komt een tweede gezin aanlopen. De vader trekt een supervolle kinderwagen achter zich aan; de enige manier om met de kleine wieltjes fatsoenlijk over de planken te rijden. De moeder heeft een luxe tas over haar arm, zo te zien van een of ander merk (of nep, want die worden hier ook volop gesleten).

Zij stoppen niet bij de vloedlijn, maar buigen af naar het stuk waar de kunststof strandbedden -die ze hier hamaca’s noemen- worden verhuurd. Die kosten € 4,50 per stuk (net als de traditionele rieten parasols -sombrilla’s-). Gelukkig kun je tegenwoordig gewoon met je pin bij de verhuurder betalen. Die houdt zelf wel in de gaten welke nieuwe gasten er zijn neergestreken. Zeker nu het ongewoon rustig is, want veel toeristen willen wel graag komen, maar vinden het toch nog een beetje eng. Of lastig om de formulieren in te vullen?

Uit het overvolle wandelwagentje komt ook een kind tevoorschijn. Net als zijn leeftijdgenootje draagt hij een petje. Hij heeft een koptelefoon op en vindt het zichtbaar lastig om uit het karretje te komen, want hij heeft maar één hand ter beschikking. In de andere houdt hij een beeldscherm vast. Hij is zeker bezig met een spel? Ongeduldig wacht hij tot zijn vader een handdoek heeft opgediept uit een van de vele tassen die het karretje vervoert. Zodra de handdoek op het strandbed is neergelegd, en de rugleuning iets naar boven is gesteld, klimt hij erop. Zijn sandalen houdt hij aan.

Ook de moeder is inmiddels voorzien van een bed met handdoek en kijkt of ze overal in de schaduw van de parasol zit. Dat is keurig geregeld. Ze pakt haar mobiele telefoon en begint te bellen. De taak van haar man zit er nog niet op; hij moet ook voor de innerlijke mens zorgen. Hoewel het nog vroeg is, krijgen zowel de dame als het kind een pak met koekjes en een koel flesje met frisdrank. Een derde doek op het derde strandbed is voor hem, dan pakt ook hij zijn mobiele telefoon.

De vader van het eerste gezin loopt de zee in, hij vindt het kennelijk tijd dat zijn kind een beetje opwarmt. Hoewel de zee hier 26 graden is, is dat toch altijd nog zo’n 11 graden kouder dan wij. Tijd voor een zandkasteel. Eerst wordt de basis gelegd met omgekeerde emmertjes met vochtig zand. Dan wordt de slotgracht gegraven. Met natter zand worden druppels over de fundering gestrooid. Die vormen grillige puntige torentjes wat een Gaudi-achtig slot oplevert. Het ventje completeert het met schelpjes die hij ijverig in de buurt zoekt. Een meesterwerk.

Ook hier tijd voor de innerlijke mens. Een stukje banaan, een halve appel en wat stukjes sinaasappel. Weggespoeld met water. Zo, dan kan een mens er weer even tegen. De moeder gaat een stukje zwemmen, het lijkt wel of ze in verwachting is. Een leuk vooruitzicht voor het kind, een broertje of zusje er bij. Tot mijn verrassing zet haar man een zwemmuts op. Dat had ik bij hem niet verwacht. Maar even later blijkt wel waarom: aan de muts zitten twee bandjes met kleine handvatten. Met het jongetje aan de hand gaat de man de zee in. Hij is snel door en helpt zijn zoon met de handvatten. Wat is hiervan de bedoeling?

Hij blijkt een geweldige zwemmer te zijn; zelden heb ik iemand zo hard schoolslag zien zwemmen. Nu blijkt het nut van de handvatten, het kind wordt in zijn kielzog meegesleept door het water. Geen wildwaterbaan kan hier tegenop. Veilig vlak bij papa en toch spectaculair hard door het water gaan. Geweldig! Op afstand geniet ik mee van het prachtige schouwspel.

Even draai ik mijn hoofd naar het andere gezin, beschut in de schaduw van hun parasol. De pakken met de koekjes zijn inmiddels leeg en vervangen door zakken chips. Zonder te kijken graaien ze elk in hun eigen zak. Het jongetje nog steeds geconcentreerd in het spel. Door zijn draadloze koptelefoon afgesloten van de buitenwereld; geen idee van het geluid van de op de kust aankomende golven, de rollende schelpen, de krijsende meeuwen of het zuchtje wind in de palmbomen. Zijn ouders verbonden met iedereen, behalve elkaar.

De zwemmers zijn inmiddels weer op het droge, het jongetje lacht, zijn vader knuffelt hem. ‘Dat was gaaf pap, straks nog een keer’. Zijn mama heeft een stokbrood tevoorschijn gehaald en snijdt hier stukjes vanaf. De duiven en meeuwen kijken toe; ‘die kruimels zijn straks voor ons’. Smeerkaas en tomaat completeren de lunch, nog wat water drinken en klaar.

Iets verderop is het spel ten einde, het jongetje zet zijn koptelefoon af, roept iets naar zijn vader en wijst. Langs het strand staat een grote McDonalds, tijd om daar iets te gaan halen. De vader staat op en vertrekt. De moeder belt onverstoorbaar verder. Het kind start een nieuw spel in afwachting van de papieren zak met ‘Sabor’ (smaak) erop. ‘Goed dat het op de zak staat’.

Het kind uit het tentje verzamelt de kruimels en gooit ze op instructie van zijn vader een stukje verderop, waar geen strandgasten zitten. Hij kijkt naar de brutale vogels, die al snel naderen. Dat is een beetje eng, gauw terug. Met een droge handdoek en de arm van zijn moeder om zich heen valt hij in slaap. Zijn vader kijkt vertederd naar de twee blozende gezichten naast hem.

Beide gezinnen kunnen zich de luxe van een vakantie veroorloven.

Slechts één van beide kent de luxe van pure rijkdom.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reageren op 'Pure rijkdom'? Stuur een mail naar marianne@coronkels.nl

Nóg een Coronkel lezen? Klik op deze link: Verhalen

 Pure rijkdom werd als column gepubliceerd in het Gouds Dagblad op 10-10-2021