Sterretjes

Sterretjes, een kort verhaal uit de serie Coronkels, korte verhalen in Corona-tijd.

BOEMMM!!! De knal is zo hard dat de ruiten van mijn erker in hun sponningen trillen. Ik schrik er van. Temeer daar de ontploffing niet in mijn buurt is, maar ‘gewoon’ op televisie. Met Oudjaar mag er geen vuurwerk worden afgestoken, dus (hoezo dus?) steken we het nu maar af. Bij bosjes tegelijk. Elke avond is het in meerdere steden raak. De uitgebrande auto’s en verkoolde resten in straten en op pleinen zijn de dag erna de trieste getuigen van het ‘feest’ van gisteren. Want ja: ‘We moeten toch wat nu we niks meer mogen...’.

 

Natuurlijk vind ook ik het jammer dat we nog niet terug zijn bij onze ‘normale’ samenleving en dat allerlei initiatieven in het water vallen. Zo mogen de amateurkoren ineens niet meer repeteren en werd hen daarmee de mogelijkheid ontnomen om een mooie kerstspecial op te nemen. Het is mijn orkest nog nét gelukt, in twee gedeelten weliswaar, maar dat mocht de pret niet drukken. Kerstmutsjes op en gaan.

 

Op de beelden van de zware knallen zie ik geen kerstmutsen; het ziet er geeneens feestelijk uit. Sjaals, capuchons en bivakmutsen waarborgen de anonimiteit van de afstekers. Ik ben dol op vuurwerk, ik vind het echt bij Oudjaar horen, maar ik ben zelf nooit verder gekomen dan het afsteken van een paar sterretjes, want ik vind het te gevaarlijk. Trouwens: ook een sterretje afsteken kan link zijn.

 

Jaren geleden: Oudjaar in Rotterdam, een familiefeest in een bovenwoning. Zo gezellig! Samen zingen, oliebollen eten en ouwe koeien uit de sloot halen. Tot 12 uur, want dan gingen we klinken (met limonade) en ‘Ein Prosit’ zingen. Daarna kwamen de sterretjes aan de beurt. Met gestrekte armen vasthouden, in elke hand één. ‘Het is koud vuur, wees maar niet bang hoor’, zei mijn vader. Wanten dragen was uit den boze, want daar konden de ‘koude’ sterretjes weleens gaatjes in branden. Dus wij dapper op het balkon naast elkaar letters maken in de lucht. Korte namen redden we nog, maar mijn naam moest altijd in twee gedeelten. Of drie. Snel schrijven.

 

Wat ook mooi was, was om zo’n sterretje met een boog in de lucht te gooien als hij bijna op was. Hij trok dan een spoor van sterretjes. Samen met de knallen op straat en de bulderende scheepshoorns in de havens was het een Oudjaar dat zijn weerga niet kende.

 

Eén sterretje beneden in de tuin leek maar niet uit te gaan. Vreemd. Als dat mijn sterretje was geweest, dan had ik wel vier keer mijn naam kunnen schrijven. Ik dacht dat ik mij had vergist totdat mijn broertje over de rand van het balkon keek. ‘Tjonge, dat sterretje doet het lang’, zei hij. Mijn vader en moeder hadden het ook in de gaten en het duurde niet lang of het hele gezelschap stond naar beneden te staren. Dat het balkon het heeft gehouden is een wonder.

 

Minuten duurde het, voordat iemand door kreeg dat het sterretje met zijn ijzeren pinnetje als handvat zich in een plastic tuinkabouter had geboord. Ondanks dat die met zijn voetjes in een afwasteiltje stond te vissen en het ook een beetje druilerig was, bleek de resthitte van het sterretje genoeg om het plastic te smelten. Binnen no-time stond het hele ding in lichterlaaie. Onopgemerkt door zijn eigenaars, de benedenburen, want die stonden aan de voorkant op straat naar het grote vuurwerk te kijken.

 

1 Januari, het begin van het nieuwe jaar;  beneden in de achtertuin staat een zwarte hoop gesmolten plastic. Zijn ongeschonden voetjes nog in het teiltje, naast het hengeltje dat uit de verbrande handen van de nu onherkenbare kabouter is gevallen. Het had een feestdag moeten zijn maar in plaats daarvan was de stemming bedrukt: het buurmeisje had gemerkt dat haar lieveling in vlammen was opgegaan. Onopzettelijk, maar dat maakte voor haar niet uit. Haar gesnik was duidelijk te horen in de bovenwoning. Ontroostbaar.

 

We lapten allemaal voor een nieuwe tuinkabouter. Onze gastvrouw en -heer hebben er voor gezorgd dat hij er kwam. Een nieuw jaar, een nieuwe tuinkabouter en een blij buurmeisje. Het was het minste dat we voor haar konden doen.

 

Vandaag de dag ligt mijn huis, gelegen aan de rand van het dorp met kilometers uitzicht voor en achter, ideaal om alle vuurwerk in de omliggende gemeenten vanachter glas te bewonderen. Aan de voorkant Boskoop, Reeuwijk, Zwammerdam en Bodegraven, aan de achterkant Hazerswoude en Alphen aan den Rijn. Gratis spektakel op veilige afstand. Klokslag middernacht barst het los. Dit jaar zal het wel stil zijn.

 

Op zolder heb ik nog een pak sterretjes liggen. Voor een bijzondere gelegenheid, maar kennelijk is er in dertig jaar niet zo iets bijzonders voorgevallen. Tot nu. Deze Oud- en Nieuw ga ik mijn sterretjes afsteken. Koud vuur, dus geen kans op uitgebrande auto’s. En geen oorverdovende knallen.

 

Ik  hoop dat mijn buurtgenoten meedoen, iedereen in het hele dorp, de streek, Nederland. Dat alle Nederlanders straks om middernacht een sterretje afsteken. In stilte. Onze gedachten heel eventjes bij al hetgeen 2020 ons niet heeft gebracht. Maar vooral bij alles wat dit jaar wel voor moois heeft opgeleverd.

Alleen zou ik wel alle kabouters even binnen zetten.

Nóg een Coronkel lezen? Klik op deze link: Verhalen

Sterretjes werd als column gepubliceerd in het Gouds Dagblad van 29-11-2020