Vakbekwaam

Met bewondering kijk ik naar de grote graafmachine die iets verderop op een kwekerij de sloot aan het uitbaggeren is. Slib, takken, stenen en andere rommel komen boven water en worden door de machinist van het ding op de aarde gestort, zodat het water terug kan vloeien in de sloot. Wonderbaarlijk hoe de machine een verlengstuk is van de bestuurder; ze lijken één. De machtige arm, door hydraulische apparatuur bediend en voorzien van veel meer kracht dan een mens kan opbrengen, tilt keer op keer een zware lading uit het water.

 

De graafmachine staat op rupswielen. Zonder de zware houten platen die steeds door de machinist handig worden verplaatst, zou hij gelijk wegzakken in de drassige veenbodem, waar mijn dorp zo rijk aan is. Geweldige aarde om bomen in te kweken, hoewel tegenwoordig de ‘containerteelt’ (een mooi woord voor bomen in plastic potten) de overhand lijkt te voeren boven de volle grond teelt. Makkelijker voor de handel.

 

Het vakmanschap dat de machinist toont dwingt respect af. Net zoals bij alle vaklui. De stratenmaker, de schilder, de timmerman, de loodgieter, de installateur, de rioolreiniger, waar zouden we zijn zonder hen? Tuurlijk, je hebt er beunhazen bij en leden van de firma ‘List en Bedrog’, maar echte vaklieden pik je er altijd zo uit. Eens was dat mijn werk; als uitzendconsulent had ik de prachtige taak om vakmensen en klussen bij elkaar te brengen. Goede vaklieden was je zo kwijt, die kregen gelijk een vaste baan. Gaandeweg werd het steeds moeilijk om vakmensen van bepaalde beroepen te vinden. Secretaressen en verpleegkundigen waren nog wel te vinden, maar met de ambachtelijke banen werd mondjesmaat de regel.

 

Hoe moeilijk het is om een goed vakmens te zijn, leer je pas als je zelf gaat klussen. Elke keer word je weer een stukje handiger, maar 12 ambachten 13 ongelukken was ook vaak op mij van toepassing. Verkeerd gemeten, verkeerd ingeschat, of gewoon eigenwijs. De eigendom van een woning en het gebrek aan voldoende geld om steeds vakmensen in te huren noopten tot creatieve oplossingen. De vakmensen die ik wel kon betalen, vroeg ik de oren van het hoofd en ik gaf mijn ogen goed de kost. Dat is de ene helft van de truc.

 

De andere helft is goed gereedschap. Sommige doe-het-zelvers kunnen alles met een stukje Duct tape en een aardappelschilmesje. Ik niet. Mijn schuurtje puilt uit met allerlei gereedschap. En toch, tóch zie ik steeds weer kans om mezelf aan te praten dat déze klus zo klein is, dat het juiste gereedschap kopen zonde zou zijn. Uren denk ik over een oplossing, waardoor ik die besparing kan vergoeilijken. Of ik lees de instructies en doe dan toch mijn eigen zin, omdat het veel economischer (lees: goedkoper) lijkt.

 

Nu ik meer op mijn torenkamertje ben heb ik eens met andere ogen in de rondte gekeken. Stoffig, nou dat is snel te verhelpen. Maar het is niet echt praktisch ingericht voor wat ik nu doe. Opruimen en ruimte maken, dat is snel genoeg gedaan. Tot je ermee aan de slag gaat. Tjonge, jonge, wat bewaren mensen toch veel. Of ben ik de enige? Gelukkig komt het oud papier aan het einde van de maand.

 

Als alles eindelijk op de plek staat waar ik het nu wil hebben, zie ik dat de vloerbedekking verkleurd is. Geen gezicht. Hij is nog vies ook! De bouwmarkten waar ik gauw een coupon kan halen zijn nu gesloten, dus moet internet een oplossing bieden. Die is er: prachtige mais-gele tapijttegels stralen mij toe vanaf het beeldscherm. Ze passen precies bij de gordijnen, dan hoef ik die niet te vervangen. De plattegrond teken ik op ruitjespapier, zo kan ik precies zien hoeveel tegels ik moet bestellen. Een paar meer, dat is altijd praktisch. Het zijn de laatste 967 stuks lees ik, dus mijn 83 exemplaren zullen nog wel aan te vullen zijn als ik iets versnijd, maar dan betaal ik wel twee keer verzendkosten. Het worden er 88. Zes dozen worden binnen een paar dagen bezorgd; 5 met 22 tegels en 1 met een paar. Huh, 5x22 is toch meer dan 88?

 

Zoals zo vaak doe ik mijn eigen zin en worden de duidelijke leg-instructies weg-leg-instructies. Het schiet lekker op; de hele tegels zijn snel gelegd en dankzij de ondergrond verschuiven ze niet. Vakje voor vakje kleurt mijn kamertje zonnig geel. De randjes zijn een ander verhaal. Mijn huis uit 1932 is niet recht, zo blijkt. Mijn plattegrond wel. Gelukkig heb ik een heleboel Stanley mesjes op voorraad…

 

Het kost even tijd en handigheid, maar vóór het donker is de klus geklaard. Het ziet er mooi uit. Waar ik de fout ben ingegaan, wordt verdoezeld door de spullen die voor de tweede keer deze week hun nieuwe plek hebben ingenomen.

 

Als ik de volgende ochtend mijn klus in het daglicht nog eens bekijk voel ik mij toch trots. Het ligt wel netjes eigenlijk. Het is mooi, schoon, heel en praktisch. Het staat gezellig, dat geel! Klaar voor de nieuwe bureaustoel en het nieuwe ladekastje. Een bouwpakket. Daar ben ik dol op.

 

Door het zolderraam zie ik de machinist moedig door-ploeteren met zijn zware en vieze klus. Vakje voor vakje knapt ook de sloot lekker op, net als mijn torenkamertje. Twee vaklieden, de één onbekend met het bestaan van de ander. Want een beetje vakbekwaam voel ik mij wel.

Zolang het bij hele tegels blijft.

Nóg een Coronkel lezen? Klik dan op deze link: Verhalen

'Vakbekwaam' werd in het Gouds Dagblad gepubliceerd als column in de rubriek Lokaal Nieuws op 31-1-2021