Wegmarkering

Mijn luchtbed ligt vrijwel altijd op dezelfde plaats op het strand. Het zwarte zand, dat aan de ene zijde overgaat in de Atlantische Oceaan en aan de andere kant wordt begrensd door een natuurstenen muur, is al warm. Dat wordt nog wel warmer vandaag, heerlijk. Mijn stranddoek, met als opschrift ‘Mallorca’ valt hier op Tenerife wel uit de toon, maar ach, als ik er op lig, ziet niemand dat. En hij  is lekker fleurig.

 

Natuurlijk lig ik zó dat ik maximaal kan profiteren van de zonnestralen en zo min mogelijk schaduw veroorzaak. Een soort karbonaadje dat aan alle kanten gelijkmatig bruin moet worden… Glimlachend bij die gedachte vlij ik mij op mijn bedje. De zon staat in deze wintermaanden altijd aan de kant van mijn voeten, ik lig dus parallel aan de kust en ook aan de muur. Die vormt de markering tussen het strand aan de ene kant en de bebouwing aan de andere. Als ik mijn hoofd naar rechts draai word ik bedwelmd door een adembenemend uitzicht over zee, draai ik naar links, dan zie ik de witte blokkendozen die de vele hotels vormen.

 

Die staan er vanwege mij, vanwege het feit dat ik hier elk jaar graag een paar weken midden in de winter op vakantie kom. En met mij vele anderen, die ook allemaal bed, bad en br.. (tapas) willen. Vandaar dat ik niet mag klagen, maar mooi is anders. Dus kijk ik het liefst naar rechts (als ik op mijn rug lig), want dan houd ik het prachtige, bijna serene uitzicht over zee.

 

Als ik mijn ogen dicht doe en me verbeeld dat ik onder water ben, zie ik de talloze dolfijnen, zeeschildpadden en zelfs voorbij trekkende walvissen. Soms is de zee kalm, maar in deze baai kunnen ook hoge golven aan wal komen. Met donderend geraas storten ze zich op het strand. Het gegil van de badgasten is dat van pure vreugde; iedereen geniet er op zijn eigen manier van. Sommigen duiken met ware doodsverachting in de golven, nét voordat ze omrollen, anderen hopen dat ze de witte schuimkragen wél halen en dat ze bruisend worden meegevoerd richting de kust. Het is hoe dan ook een prachtig spektakel.

 

Rechts biedt het blauw, dat elke keer van kleur verandert, volop mogelijkheden voor allerlei watersporters. En biedt het strand ruimte aan de vele duiven die het zand afschuimen op zoek naar iets lekkers. Als de fruitverkoper langs is geweest en een (halve) meloen heeft verkocht, doen ze zich tegoed aan de voedzame pitten. Hoe anders dan hun soortgenoten op de boulevard aan mijn linkerkant: die moeten het hebben van platgetrapte frietjes en stukjes weggeworpen hamburgerbroodjes. Arme beesten, kom ook lekker naar het strand!

 

Rechts hoor ik het gekrijs van de zeemeeuwen, die in het Spaans ‘gaviota’ worden genoemd en het gekoer van de doffers die hun duivinnen om deze tijd het hof aan het maken zijn. Het is al Valentijn geweest nietwaar? Links is het moeilijk om mij af te sluiten voor de herrie van het grote hotel, dat nu bezig is met zijn recreatieprogramma. Hoewel er maar een handvol toeristen langs het zwembad zit, vindt het team het nodig om de installatie voluit te zetten. Het overspoelt zelfs de gezellige muziek van het strandtentje, Chirinquito genoemd, waar de bezetting elke dag anders is en de songs dus ook van dag tot dag verschillen.

 

Het voelt alsof mijn luchtbed de plek tussen twee totaal verschillende werelden markeert; ik lig op de grens van natuur en ‘beschaving’. Een beschaving waarin de natuur zijn eigen plek probeert te vinden, kijk maar naar de duiven.

 

Een paar uur later ben ik in de lucht. Mijn raamplaats biedt een spectaculair uitzicht over Tenerife, waar de zon ondergaat. De calima (nevel) zorgt voor een onwezenlijk mooi plaatje: waar ligt de grens van water, lucht en land? Daar bovenuit trotseert de Pico del Teide alle weersinvloeden, er ligt nog een beetje sneeuw.

 

In de slurf op Schiphol is het koud, maar mijn koffer zit bij de eerste tien en het lukt zelfs om de bus te halen. Dat had ik niet verwacht.

 

Wat ik ook niet had verwacht, is dat er deze week al zoveel versoepelingen van kracht worden; tijdens de persconferentie ben ik muisstil. Pas als ik tot me door laat dringen wat er staat te gebeuren vallen mijn tranen, van opluchting en blijdschap. Bijna twee jaar heeft het geduurd, bijna twee jaar hebben we op de grenzen van het sociale bestaan geleefd. Hebben we op afstand afscheid genomen van onze dierbaren; naar onze andere lieverds hebben we gewuifd en hartjes in de lucht gemaakt in plaats van elkaar te knuffelen en te omarmen.

 

Twee jaar van afstand, stilstand, achteruitgang, hebben we de markeringen in winkels en straten gerespecteerd en nu ineens niet meer? Ik vind het maar moeilijk te bevatten. We kunnen zelfs vanaf 18 februari weer als normaal orkest repeteren, zonder de anderhalve meter! Zonder onze stoelen boven de genummerde markeringen op de grond te hoeven zetten. Of het de concentratie ten goede zal komen? Maar wat kan mij dat schelen? We gaan weer samen leven!

 

Het eerste wat ik ga doen is dat afplakband met de stoelnummers van de vloer halen. Die waren destijds een teken van hoop, doorzettingsvermogen en positivisme in een onvoorspelbare en onvoorstelbare tijd. Een tijd waar afzetlijnen de grenzen aangaven en waar grenzen werden getrokken waar ze niet thuis hoorden.

Nu vormen ze een belemmering voor ons herstel, dus: Wég markering.

Reageren op 'Opgeruimd'? Stuur een mail naar marianne@coronkels.nl

Nóg een Coronkel lezen? Klik op deze link: Verhalen