Wit wonderland

De voorspelling van (veel?) sneeuw roept herinneringen op. Leuke, vrolijke herinneringen aan sneeuwpoppen maken en sneeuwballengevechten. Aan de wonderlijke sporen die onzichtbare dieren, die gewoonlijk ’s nachts en in de vroege ochtend actief zijn, ineens verraden. Zie er maar achter te komen welk dier welke sporen heeft gemaakt. Zo leuk! Ja, sneeuw is iets heerlijks, iets wonderlijks; de zachte vlokken die naar beneden dwarrelen en die met z’n miljarden tegelijk zo’n prachtige wereld vormen, een wereld met nieuwe mogelijkheden en één, die alle geluid ineens zo anders laat klinken. Deze witte wereld brengt het kind in ieder mens naar boven.

 

’s Nachts weet ik het al met mijn ogen dicht, als het gesneeuwd heeft. De naderende trein hoor ik pas op het laatste moment. Tenzij strenge vorst de sneeuw tot een harde bovenlaag heeft getransformeerd, dan hoor ik de trein al van kilometers ver aankomen. Met je ogen dicht in het pikkedonker kunnen voorspellen wat er buiten aan de hand is. Nou ja, pikkedonker. Met sneeuw licht de nacht meer op dan anders. De donkerte van de nacht zegt ook iets over het weer. En toch weet ik het met mijn ogen dicht.

 

Een paar weken geleden, toen het ergens een beetje had gesneeuwd, zag ik een foto van een sneeuwpop. Niet zo gek, zou je denken, maar déze sneeuwpop stond op zijn kop. Wie komt er nou op dat idee? Wát een leuk gezicht! Als ik er aan denk, moet ik weer glimlachen. Misschien ga ik dit weekend ook zo’n sneeuwpop maken, als het genoeg sneeuwt. De wereld staat toch ook op zijn kop nu. Een beetje lol kan geen kwaad.

 

Terwijl ik wegdroom over de komende sneeuwpret en de gedachten aan de, dit jaar vervallende koek en zopie; de warme chocolade- of anijsmelk, de stevige erwtensoep (geen Hema worst te krijgen) moet ik ineens denken aan die andere witte wereld, nu meer dan 20 jaar geleden. Mijn belevenissen van toen zal ik nooit vergeten.

 

Dat jaar vierde ik Oud- en Nieuw in Luxemburg, in een klein plaatsje vlakbij Clervaux en Troisvierges, in een oude watermolen, kundig verbouwd tot gezellig hotel. De autorit er naar toe is gedenkwaardig, want na een tussenstop in St. Vith in België, beland ik in een sneeuwstorm. Uren later dan gepland kom ik aan bij het hotel, het laatste stuk lopend de heuvel af, de bevroren weg volgend en mijn koffer vooruit schuivend over het spekgladde oppervlak. De warme chocolademelk met slagroom bij begroeting smaakt als godenspijs.

 

’s Avonds laat luwde de storm, maar de sneeuw bleef vallen, de hele nacht. Bij het ontbijt word ik verrast door een uitzicht op een witte wereld met op elke tak een laag sneeuw van zo’n 10 centimeter. De adembenemende schoonheid nodigt uit tot een lange wandeling. Vanaf het hotel begint een wandelroute met blauwe paaltjes, zodat je niet kunt verdwalen. Als er ergens zo’n wandeling is uitgezet, móet ik hem gewoon lopen. Ondanks het feit dat ik weet dat het mij bijna nooit lukt om alle paaltjes te vinden; meestal moet ik halverwege op gevoel verder. Ach, ik ben altijd nog thuis gekomen.

 

De blauwe paaltjes, de meeste met een hoedje van sneeuw, leiden mij eerst het bos in. Na een poosje kom ik op een weide. Als een diamanten deken schitterend in het zonlicht, nog ongerept. Geen spoor te bekennen. Het is zonde om de eerste stappen te zetten; bijna heiligschennis. De krakende sneeuw onder mijn wandelschoenen doet zeer aan mijn oren. Maar ja, toch maar koers naar het volgende paaltje. Na de weide geschonden te hebben achtergelaten volgt weer een route door het bos. De sneeuwlaag wordt dunner en dunner. Zouden er hier nog reeën zijn? In het gebied is tot voor kort fors gejaagd, dus alle beesten die graag ook gezond Oud- en Nieuw willen vieren blijven lekker uit de buurt. Jammer voor mij, maar ik moet ze wel gelijk geven.

 

Na nog een uur rondgestapt te hebben doemt er in het bos een vreemde vorm op. Een omgevallen boom? Een groot dood dier? Wat nadert er? Of liever gezegd: wat nader ik? Het is doodstil in het bos, geen vogel te horen, geen tak kraakt. Behalve het geluid van mijn eigen stappen, niets.

 

Ineens zie ik waar ik naar kijk: het is het wrak van een vliegtuig! Waarom zou iemand hier nou een wrak van een vliegtuig laten liggen? Nog dichterbij gekomen zie ik een bord, ik veeg de sneeuw er af om de tekst te kunnen lezen: 16 December 1944 – 25 januari 1945, het Ardennenoffensief; meer dan 55 Jaar geleden was dit vredige bos een bitterkoud slagveld.

Dit Engelse vliegtuig heeft de bevrijding niet gehaald. Voor elk van de vijf bemanningsleden is gedenkplaatje gemaakt op de plek, waar zij tijdens de vlucht hebben gezeten. Alsof het gisteren is gebeurd. Een indrukwekkend eerbetoon. Mijn stille tranen maken gaatjes in de sneeuw.

 

Toen stond de wereld op z’n kop, nog meer dan nu. Ja, ook nu is er een avondklok, ja, ook nu moeten we voorzichtig zijn. Maar we kunnen genieten van een witte wereld. Van sneeuwballengevechten houden en sneeuwpoppen maken. In ons wit wonderland.

Nóg een Coronkel lezen? Klik op deze link: Verhalen

Wit wonderland werd als column gepubliceerd in het Gouds Dagblad op 6-2-2021