Zicht op licht

Nog een kleine week te gaan voor Kerstmis. Kerstavond is voor een deel al ingevuld: mijn trombonist en ik gaan de buurt weer op, dit keer met kerstliedjes. Tien verschillende in alle stijlen, toonsoorten, tempi (meervoud van tempo) en interpretaties. De afgelopen dagen waren druk; voorbereidingen voor de menu’s, de cadeautjes en de gedichten. En dan ook nog de liedjes instuderen. Die speel ik normaal gesproken met al mijn muziekmakkers; zoveel stemmen, zoveel toonhoogtes, mooie volle akkoorden. Maar deze kerstavond ben ik de helft van een duo. Dat betekent even omschakelen, maar alleen al de voorbereiding is zo ontzettend leuk!

 

Kerstmis is dit jaar anders dan andere jaren. We zagen het gebeuren: in de loop van de herfst werd de hoop op normale eindejaarsfeestdagen steeds kleiner. Nu is de kogel door de kerk: we mogen maximaal drie gasten uitnodigen. Dat is in mijn eetkamer een uitdaging. Hoewel we er etentjes hebben gehouden met 12 personen (dat is ook wel het maximale hoor), zitten we nu met de anderhalvemetersamenleving. Onlangs in de Van Dale geïntroduceerd, maar voor iedereen inmiddels een begrip. Een lekker woord voor galgje en voor het Nationaal Dictee.

 

Het traditionele diner ziet er ook anders uit. Tot nu was er altijd één kok, tevens gastheer (of -vrouw), die een heel kerstmenu voor zijn rekening nam. Deze kerst nemen we als gast iets te eten mee. Dat is weloverwogen, want stel je voor dat ons samenzijn op het laatste moment moet worden afgelast? Stevig duimen dat we allemaal gezond blijven.

 

Nu al heb ik voorpret over kerstavond: zouden mijn buurtgenoten net zo enthousiast zijn over onze kerstliedjes als over onze Sinterklaasliedjes op pakjesavond? Zouden ze de versiering van mijn sousafoon (dit keer een zilveren kerstslinger met lampjes) mooi vinden? Ach, het gaat om het idee, we doen iets apart, maar zijn toch een soort samen. Saamhorigheid op ruim anderhalve meter. Uniek, want volgend jaar rond kerstmis kunnen we vast en zeker een mooie buurtmiddag organiseren met warme chocolademelk en glühwein.

 

Volgend jaar hoop ik net vóór kerst uit Tenerife binnen te vliegen. Tenerife, mijn warme winterbestemming waar ik traditiegetrouw eind november en een deel van december vertoef. Heerlijk in de warmte, zwemmen in de Atlantische Oceaan, een biertje op een zonnig terras (ja, ja, dranquillo), dansen op Country & Western muziek. Palmbomen met kerstversiering om hun ruige stam en vrolijke rode kerststerren die gewoon in de gemeentelijke plantsoenen staan. Heel erg vreemd.

 

Tenerife en andere zonnige Spaanse bestemmingen vormen mijn tweede vaderland. Ik eet graag Spaans, ik spreek zelfs een beetje Spaans, want hoe leuk kan het zijn om met de plaatselijke bevolking een gezellige babbel te houden? De Spanjaarden waarderen dat enorm: mijn verwoede pogingen om hun taal machtig te worden. Gelukkig verbeteren ze mij ook, dat betekent vast en zeker dat ze er nog heil in zien dat ik steeds beter Spaans zal gaan spreken.

 

Mijn Spaanse makkers zitten nu op onbereikbare afstand. Gelukkig is er WhatsApp en kan ik zo contact met hen houden. ‘Feliz Navidad’ (fijne kerstdagen) en ‘Feliz año nuevo’ (gelukkig nieuwjaar) wens ik hen. En ook: ‘¡Te veo pronto!’ (tot snel!) Eerst nog een filmpje of een leuke kaart opzoeken. Tenerife is voor het eerst in tientallen jaren voor de ‘eigen’ mensen. Ze weten daar niet wat ze beleven. Aanvankelijk vonden ze het nog wel leuk, maar nu de toeristen in grote getalen niet meer (mogen) komen, is het niet meer zo gezellig. Nog afgezien van het grote gat dat het in de plaatselijke economie slaat.

 

Maar Spanjaarden zijn taai, ze zijn wel wat gewend, ze klagen niet, ze zetten hun schouders eronder. Nét zoals zo veel van mijn landgenoten, eerlijk gezegd denk ik zelfs: verreweg de meeste. Zelfs op het journaal besteden ze er inmiddels aandacht aan: de initiatiefrijke, enthousiaste vrouwen en mannen die ideeën hebben over hoe zij anderen terzijde kunnen staan in de komende weken van onze lock-down en dat delen via sociale media. Hun boodschap gaat ‘viraal’. Héé Corona-kreng! Hoor je dat? Zie je dat? Wij gaan óók viraal! Niet ziekmakend of zelfs dodelijk, nee: positieve verspreiding: daar kun je een voorbeeld aan nemen!

 

Die Nederlanders richten zich óók op de maanden na de lock-down, totdat het virus definitief het loodje heeft gelegd, verslagen door de gezamenlijke inspanningen van vaccinbedenkers en -makers.

Stapje voor stapje komen we er. Net zoals we stapje voor stapje een unieke Kerstmis naderen. Blij dat we gezond zijn, blij met ons muzikale cadeautje voor de buurt, blij met het vooruitzicht op een gezellig ‘ouderwets’ traditioneel kerstmenu, blij dat ik volgend jaar weer naar de zon kan.

 

Kerstmis is voor mij het feest van de terugkeer van het licht. Als er in de afgelopen eeuw één kerstmis is geweest die die belofte gaat waarmaken, dan is het Kerstmis 2020. Dat wordt in alle stijlen, toonsoorten, tempi en interpretaties een feest met ‘Zicht op licht’.

Nóg een Coronkel lezen? Klik dan op deze link: Verhalen

Zicht op licht werd als column gepubliceerd in het Gouds Dagblad op 20-12-2020